Tijdens het naaien kan het gebeuren dat er aan de onderkant van de stof lussen ontstaan of dat de draad lijkt te rijgen.
Dat is vervelend, maar gelukkig is het probleem vaak eenvoudig op te lossen!
Veel mensen denken meteen dat het aan het spoeltje of de onderdraad ligt.
In de meeste gevallen is echter de bovendraad de oorzaak.
Controleer eerst de bovendraad
Wanneer er lussen aan de onderkant van de stof ontstaan:
* Rijg de bovendraad opnieuw in.
* Controleer of de draad goed tussen de spanningsschijven zit.
* Maak vervolgens een proefstiksel.
Controleer pas daarna het spoeltje en de onderdraad.
>
Een handige vuistregel
* Ontstaan de lussen aan de onderkant van de stof? Controleer dan de bovendraad.
* Ontstaan de lussen aan de bovenkant van de stof? Controleer dan de onderdraad en het spoeltje.
Dat klinkt misschien een beetje vreemd, maar dit is vaak precies waar het probleem zit.
>
Controleer de spanning van de bovendraad
Blijven er lussen aan de onderkant van de stof ontstaan? Dan staat de bovendraad waarschijnlijk niet strak genoeg.
Verhoog de spanning door een hoger getal in te stellen.
>
Zie je juist lussen aan de bovenkant van de stof? Dan staat de bovendraad mogelijk te strak.
Verlaag de spanning door een lager getal te kiezen.
>
De spanningsknop van je naaimachine is meestal voorzien van cijfers.
Hoe hoger het getal, hoe strakker de bovendraad wordt aangetrokken.
>
Als uitgangspunt kun je deze richtlijnen gebruiken:
* Standaard naaien: stand 4 of 5
* Dikke stoffen, zoals canvas of denim: stand 6 tot 7
* Fijne stoffen, zoals zijde of voile: stand 3 tot 4
>
Verhoog of verlaag de spanning altijd stap voor stap en maak na iedere aanpassing een proefstiksel.
>
Vergeet niet schoon te maken
Pluisjes en draadresten kunnen de draadspanning verstoren.
>
Controleer daarom:
* Of er pluisjes tussen de spanningsschijven zitten.
* Of er draadresten aanwezig zijn onder de bladveer.*
* Of de spoelruimte schoon is.
>
Verwijder vuil voorzichtig met een klein borsteltje of een tandenstoker.
>
Controleer de naald
Een botte, kromme of verkeerd geplaatste naald kan ook problemen veroorzaken met de draadspanning en de steekvorming.
>
Let daarom op het volgende:
* Vervang de naald regelmatig.
* Controleer of de naald correct is geplaatst.
* Kijk of er geen braampje aan de punt zit.
Een beschadigde naald kan niet alleen voor lussen zorgen, maar ook voor halen of beschadigingen in je stof. Dat wil je natuurlijk voorkomen!
>
Lees hier welke naaimachinenaald het beste past bij jouw stof en project.
>
Kies voor kwalitatief garen
Goedkoop of oud garen kan sneller pluizen, breken en spanningsproblemen veroorzaken.
Een goede kwaliteit naaigaren zorgt voor mooiere steken en minder frustratie tijdens het naaien.
>
Een kleine investering in goed garen maakt vaak een groot verschil!
>
Veel succes!
Met deze controles los je de meeste problemen met lussen en rijgen snel op.
En onthoud: ontstaan de lussen onder de stof, kijk dan eerst naar de bovendraad. Dat bespaart je vaak een hoop zoekwerk!
Veel naaiplezier!