Doorlussen

Doormiddel van doorlussen, geef je o.a. coupenaden , zaklijnen, pastekens aan.
Het voordeel hiervan is dat de aan te geven lijnen op beide patroondelen komen zodat die altijd even hoog zitten, even groot en lang zijn.
De lijnen zijn bovendien te zien op de goede en de verkeerde kant van de stof, wat tijdens het naaien van je kledingstuk ook weer overzichtelijker en gemakkelijker werkt.
.
Vele vinden dit geen leuk werkje, ik doe het zelf altijd omdat het uiteindelijk toch sneller en zeker preciezer werkt.
En dat willen we toch allemaal?
>
>

Voor het doorslaan gebruiken we rijggaren en een gewone naainaald.
Je werkt met een dubbele draad en legt er geen knoop in omdat je de rijgdraad ook weer makkelijk wilt kunnen verwijderen.
>
>
>

Je rijgt 2 kleine steekjes net naast het papieren patroon en trek de draad niet helemaal aan zodat er een lusje ontstaat.
De volgende steken doe je op dezelfde manier.
Als je alle lijnen, ook zak lijnen e.d., op deze manier op de stof hebt aangebracht, haal je het patroon van de stof.
>
>
>

Nu trek je de twee stoflagen voorzichtig een eindje van elkaar.
De lusjes trekken vanzelf aan.
>
>
>

Knip de rijgdraadjes in het midden door.
Aan beide kanten is de patroonlijn nu als een rijgsteek/pluisjeslijn te zien.
De goede kant van de stof is daar ook aan te herkennen.
>
>
>
Heb je de goede kant van de stof aan de binnenkant gehouden tijdens stoflegging/ knippen
dan is de goede kant van de stof nu te herkennen aan de pluisjes.
heb je de goede kant buiten gehouden dan zijn het de rijgdraadjes.

>>
>
Succes, doe er je voordeel mee!