Wie zelf kleding maakt, heeft eigenlijk alle vrijheid.
Je kiest je eigen patroon, stof, kleur, mouwen en halslijn.
En toch kiezen we vaak steeds ongeveer hetzelfde.
>
Die kleur staat mij niet.
Zo’n halslijn kan ik niet hebben.
Een wijde broek maakt me breder.
Prints zijn niets voor mij.
>
Voor je het weet, heb je een heel persoonlijk regelboek gemaakt.
Regels die misschien ooit ergens vandaan kwamen, maar die je inmiddels automatisch volgt.
>
En zo kun je ongemerkt in een stijlsleur terechtkomen.
>
>
>
Vind je het niet mooi, of denk je dat het niet bij je past?
Blader eens door een patroonmagazine en let op welke modellen je direct overslaat.
>
Misschien zie je een jurk die je eigenlijk prachtig vindt, maar denk je meteen: niets voor mijn figuur.
Of je wordt verliefd op een stof en besluit vervolgens dat de kleur “niet voor jou” is.
>
Vraag jezelf dan eens af: vind ik dit werkelijk niet mooi, of heb ik mezelf aangeleerd dat ik dit niet mag dragen?
>
Dat verschil is belangrijk.
>
Want als je zelf kleding maakt, hoef je niet te kiezen tussen een kledingstuk wel of niet dragen.
Je kunt het aanpassen.
Een andere halslijn, iets meer of minder lengte, een andere mouw of een pasvorm die beter bij jou werkt.
>
>
>
Ontdek wat jij mooi vind
Een leuke oefening is om kleding even helemaal te vergeten.
>
Welke kleuren trekken je aandacht in een interieur?
Welke bloemen, kunst, gebouwen of materialen vind je mooi?
Houd je van rustige natuurlijke tinten, grafische vormen, romantische details, uitbundige kleuren of juist eenvoud?
>
Maak eventueel een klein inspiratiebord zonder kleding erop.
>
Kijk daarna wat steeds terugkomt.
>
Misschien ontdek je dat je eigenlijk dol bent op kleur, terwijl je voornamelijk neutrale stoffen koopt.
Of dat je houdt van zachte, organische vormen terwijl je steeds heel strakke modellen naait.
>
Dat zegt iets over jouw smaak – zonder dat de vraag “staat dit mij wel?” er meteen tussendoor komt.
>
>
>
Kijk eens anders naar je stoffen voorraad
Ook je stoffen kunnen veel vertellen.
>
Welke stoffen kocht je omdat je er onmiddellijk verliefd op werd?
En welke omdat ze vooral praktisch, veilig of makkelijk te combineren waren?
>
Pak eens een stof uit je kast waar je al heel lang zuinig op bent en vraag jezelf:
>
Wat vind ik hier eigenlijk zo mooi aan?
Is het de kleur?
Het dessin?
De structuur?
De vrolijkheid of juist de rust?
>
Daar zit misschien wel een aanwijzing voor jouw persoonlijke stijl.
>
>
>
Doorbreek één regel
Je hoeft echt niet ineens je hele garderobe om te gooien.
Kies bij je volgende naaiproject gewoon één van je vaste regels en onderzoek die eens.
>
Een kleur die je normaal overslaat.
Een ander silhouet.
Een opvallender dessin.
Een mouw of halslijn waarvan je altijd dacht dat die niets voor jou was.
Zie patronen aanpassen
Gebruik een vertrouwd patroon of maak eerst een proefmodel.
Zo blijft het experiment klein.
>
Want dat is misschien wel het grootste voordeel van zelf kleding maken:
je bent niet afhankelijk van wat iemand anders voor jou heeft bedacht.
>
Dus als je de volgende keer denkt “dat is niets voor mij”, stel jezelf dan nog één vraag:
Vind ik dat echt – of is het gewoon een oude regel?
>
Misschien ligt er buiten die regel wel een verrassend leuk volgend naaiproject op je te wachten.
>
SUCCES!